Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

lijk te draven, maar Joop kon hen op haar klompen niet bijhouden. Ze had ook geen tijd, om snel haar schoenen aan te trekken, want de jongens volgden hen. Daarom trok ze haar klompen uit en liep, op haar kousevoeten, over de dennenaaiden.

De drie meisjes moesten nog heel wat horen, maar na een paar minuten schenen de achtervolgers er genoeg van te krijgen en ze bleven staan.

„Hè, verdraaid,” zei Els, „vervelende jongens. Zie ’k ’r nou nog netjes uit? Ik bedoel, zie ik er nou nog slordig uit?”

„Als een dot,” lachte Joop. „Je bent werkelijk prachtig.”

Toen ze vlakbij de rand van het bos aankwamen, begon het al te schemeren. Plotseling wees Els op een griezelig, zwart kereltje, dat van achter een boom naar de meisjes stond te loeren.

„Hè, wat een nare vent,” zei Joop en haar hart begon te kloppen. „Wat is dat voor een engerd? Laten we maar gauw doorlopen.”

Langzaam kwam het zwarte mannetje op hen toe. Plotseling riep hij luid:

„Hallo ... gaan jullie een wandelingetje met me maken?”

„Vlug,” zei Wil, „doorlopen en geen antwoord geven.”

Met haastige stappen kwam het zwarte kereltje naar de meisjes toe en toen pas zagen ze, dat het Charley Chaplin moest verbeelden. Joop herkende hem het eerst.

„O, ’t is Wim,” riep ze, „hè jo,... je maakt ons aan ’t schrikken.”

„Was ook m’n bedoeling,” antwoordde Wim. „Hoe zie ik er uit?”

„Netjes hoor,” zei Els. „En wat zeg je van ons?”

Charley bleef voor de drie meisjes staan en nam ze een voor een eens goed op. „Keurig,” zei hij toen. „Jullie hebben eer van je werk. Ik vind het knap, dat jullie ’r in die

Sluiten