Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Ik begrijp u helemaal niet,” zei mevrouw Landsma eerlijk. „Waar heeft u het eigenlijk over?”

„Ja... dat komt... ik meende, dat ik het u toch even moest zeggen. Uw zoon wandelt namelijk in de tuin met dat meisje van hier... en u weet hoe ’t gaat...”

„Ik begrijp er niets van,” zei mevrouw Landsma. „Laat die maar wandelen! Waarom zouden ze niet wandelen?”

„Ja, als u het zó inziet... u begrijpt, ik wil me helemaal niet met de zaken van een ander bemoeien, maar ik wou het u toch even zeggen. Dag mevrouw.”

Toen ze nog even omkeek, zag ze het lachende gezicht van mevrouw Landsma. Nog geen minuut later stond de kapitein tegenover de oude dame.

„Mevrouw Landsma ... een woordje alstublieft. M’n zuster had net zo’n haast en ik kèn dat.”

Mevrouw Landsma was nog verbaasder dan eerst. „Weet u dan, wat ze gezegd heeft?”

„Op een haar, mevrouw, ’k Ken me zuster langer dan vandaag. Och ja, ze zou ook nog wel 'es jong willen wezen, maar nou ze oud is, kan dat niet meer. En nou moet ze zich ergeren, aan alles wat jonge mensen doen. U moet ’t ’r niet kwalijk nemen, hoor. Ze is niet kwaad, maar ’k denk soms wel es, of ze een klap van de molen beet heeft. O, als u wist wat Agaath Kortenaar al allemaal voor ’r heeft moeten opknappen. Ze bemoeit zich altijd met eens andermans zaken en dat „némen” de meeste mensen niet. Dat geeft ruzie en dan heb je de poppen aan ’t dansen. Nou, dat was ’t. Dag mevrouw.”

Intussen sprak juffrouw van der Blonk met mevrouw Verschoor. Die had niet zoveel gevoel voor humor als mevrouw Landsma en ze had moeite, om beleefd te blijven. Maar vader Verschoor lachte zich tranen, toen de kapitein ook bij Els’ ouders zijn opwachting maakte om de zaak recht te zetten.

Sluiten