Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Behalve juffrouw Kortenaar. Die had wat hoofdpyn en toen is ze een uurtje naar bed gegaan.”

„Leuke mensjes,” zei Joop: „’k ga straks es een beetje met ze praten.”

„0,” antwoordde Els koel. „Doe ’t maar niet.”

Wil geeuwde verstolen achter haar hand en toen Marie de glazen kwam brengen, dronken ze met kleine teugjes van de koele limonade.

„Ik verveel me,” zei Joop weer. „’k Ben blij, dat vader volgende week vacantie neemt.”

„Waar gaan jullie naar toe, Jopie?”

„Vader wil naar Zwitserland en moeder wil naar zee. Dus... we gaan naar zee. Da’s duidelijk, nietwaar?”

„Nou,” suste Wil, „als je vader werkelijk naar Zwitserland wil, zal je moeder dat toch wel goedvinden?”

„Jawel,” antwoordde Joop lachend. „Maar ik wil óók graag naar zee. En vader is zo’n goeierd. Die vind het allang weer best.”

„Gaat je broer ook mee?” vroeg Wil.

„Wel neen, jo! Die neemt vacantie in de winter! Die gaat altijd naar de wintersport. Zeg... ik verveel me zo!”

„Als ik me niet vergis, heb je dat al meer gezegd,” merkte Wil op.

„Kunnen we niks geks bedenken?” vroeg Joop.

„Hier niet,” zei Els. „Dit is een pension van standing. Hier gebeuren nooit gekke dingen.”

„’k Ga es even naar Kathe,” zei Joop. „lek habe ein schwach für Kathe. lek habe haar gaarne.”

Els liet Joop met een gerust hart gaan, want ze kon geen kwaad, er was toch niemand thuis, behalve meneer Verschoor, die in de huiskamer zat te schrijven.

Joop maakte een praatje in de keuken en toen ze door de gang kwam, zag ze daar de ouderwetse zwart-zijden mantel hangen van juffrouw van der Blonk; op de kapstok

Sluiten