Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

van juffrouw van der Blonk over. Ze beloofde, dat ze het kledingstuk weer helemaal in orde zou laten maken. Kathe en Marie moesten daar hun krachten maar eens op beproeven. Gelukkig gingen de groene strepen, die Joop er op gehaald had, toen ze door het kreupelhout kroop, er gauw weer af.

„Ziezo,” zei Wil, „ga nou maar mee, Joop. Je kunt terugzien op een welbestede middag.”

„’k Heb toch reuze pret gehad,” zei Joop. „Ben je boos, Els?”

„Neen. Als je de gasten er maar buiten wou laten.”

„Ja, Jopie,” zei meneer Verschoor, „dat is ons broodje, kind. Je denkt daar misschien niet zo by, maar jouw vader zou je ook niet dankbaar zijn als je hem belachelijk maakte bij een officiële gelegenheid.”

Met een zucht van verlichting zag Els haar vriendinnen wegrijden.

„Ziezo,” zei meneer Verschoor, „dat is weer O.K. Elsje, ik vind Jopie erg aardig, maar ik ben toch zo blij dat ze mijn dochter niét is. Met een dochter als Joop zou ik nooit over een pension gedacht hebben. Als jij zo was, zou de hele boel hier in het honderd lopen. Nee, dan heb ik toch liever mijn hooggewaardeerde directrice van het pension „de Zonnewijzer.”

„Nou, vader, zóveel doe ik niet.”

„Kindje, je doet heel veel. Je hebt ons op een schitterende wijze door het eerste, moeilijke begin heengeholpen en ik hoef je niet te zeggen, hoe ik dat waardeer, hè? Als jij er niet geweest was, zou ’t pension „de Zonnewijzer” op ’t ogenblik niet bestaan. Met moeder-alléén had ik ’t niet aangedurfd. Daar is moeder niet sterk genoeg voor. ’k Vind ’t fijn, zoals jij je oude vader door de moeilijke tijd heen helpt.”

„Oud? U bent nog hélemaal niet oud!”

Sluiten