Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gloeiend hete kuststrook, toch vruchtbaar en geheel met suikerriet, rijst en veldvruchten beplant. Ten Noordwesten de heuvelen, die de uidopers zijn van de koele Preanger-bergen. Tegen de hellingen de terrasvormige rijstvelden. Maar voor suikerriet is het heuvelland ongeschikt, omdat de temperatuur er te laag is, voor thee-, rubber- en kina-aanplant echter nog niet laag genoeg. Het laagland is het land van de arbeid, het heuvelland dat van de kust en het genoegen. Tot aan de suikerfabriek „Kadipaten” vindt men de Javaanse dorpen, waar de vrouwen in stemmige kledij lopen, blauwe jakjes over donker gekleurde sarongs, waar men spreekt in de donkere en lage klanken van het Javaans — al klinkt het hier ook helderder dan in Midden-Java — waar men ernstig, bijna zwaarmoedig, door het leven gaat. Maar in de heuvels wonen de vrolijke, luchthartige, ja vaak lichtzinnige Soendanezen. De vrouwen en jonge meisjes zijn in hel-kleurige baadjes gestoken en haar sarongs zijn veelvervig, als de rok van Jozef. Ze dragen bloemen in het haar, geurende melatti en rode, wilde roosjes. In de dorpen van het Preanger heuvelland heerst vrolijkheid en scherts: het zangerige Soendanees, het Italiaans der inlandse talen, is zoetvloeiend en noodt tot gezellig gebabbel.

De suikerfabriek „Kadipaten" werkt met Javaanse en met Soendanese werklieden. De Javanen wonen in de omgeving der fabriek, in de dorpen, waar hun familie van geslacht op geslacht gevestigd was. Des morgens vroeg, lang voor de zon is opgegaan, trekken ze naar de riettuinen of naar de fabriek zelf, om pas na zonsondergang terug te keren. Als er ’s nachts wordt doorgewerkt, blijft de nachtploeg soms dagen lang in een schuur op het fabrieksterrein. En als het riet is afgemalen en er een paar maanden niets te doen is, dan

Sluiten