Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kracht. Reeds wekenlang wordt zonder ophouden het goud-bruine riet op een lopende band gevoerd naar de zware cylinders, die het kneuzen en breken, zodat het dikke, suikerhoudende sap wegvloeit naar de grote vergaarbakken en kookpannen. Dag en nacht wordt er gewerkt. Steeds maar nieuwe wagenladingen riet worden de fabriek binnengebracht. Van den hoogsten Hollandsen chef tot den laagsten inlandsen koelie, zijn allen die weken druk in de weer.

De eerste machinist, De Lange, die er voor moet zorgen, dat alle machines in orde zijn, en verantwoordelijk is, ook als de tweede en derde machinist iets verkeerd doen, heeft het zeker niet het minst druk van allen. Daarom is hij de gehele dag, en vaak ook een deel van de nacht, in de fabriek, om te controleren of alles goed gaat. Soms staat hij plotseling bij een machine en luistert scherp toe. Dan heeft hij iets gehoord, wat hem niet bevalt. Machinist De Lange kent zijn machines, alsof het mensen zijn, waar hij dagelijks mee omgaat. Als derde machinist is hij gekomen en gedurende de tien jaren, waarin hij met de machines omgaat, heeft hij hun taal leeren verstaan. Als de derde machinist komt waarschuwen, dat de cylinders van de middelste molen kraken, behoeft hij er niet eens heen te gaan: „Die heeft altijd kuren tegen het einde van de maaltijd — een beetje meer olie geven.” Maar als de kookpan van de „kleine zaal”, een nieuwe, bij gebouwde machine-hal, een gesis laat horen, dat bijna niet tussen de andere geluiden is te onderscheiden, zegt hij tot den tweeden machinist: „Hoor je dat, Jansen? Luister eens!”

,,'k Hoor niets bijzonders!”

„Jawel — er is iets — onderzoeken.”

Én dan blijkt, dat er inderdaad iets is — een klein

Sluiten