Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pisang en mandarijnen, van die mooie, grote Garoetse mandarijnen en eh — wat nog meer?”

„De njonja vroeg gisteren naar citroenen,” herinnert de kokki beleefd.

„Ja juist — ik wist wel, dat er nog wat nodig was — koop maar een twintig citroenen. Je weet wel, het is vandaag Woensdag, de zendeling van Tjideres komt eten — maak, dat de rijsttafel goed is.”

„Zeker mevrouw, ik zal er voor zorgen.”

„Nu, waar wacht je op?”

„Op geld.”

„O ja, zonder geld kan je niet kopen.”

„De marktvrouwen en de kooplui geven wel crediet,” lacht de kokki met een brede grijns.

„Dank je hartelijk.”

Als mevrouw de Lange weer in de achtergalerij komt, is de baboe bezig met het opruimen van de ontbijttafel.

„Ga maar afwassen,” zegt mevrouw, „dan kan je zó de slaapkamer doen; ik moet mij eerst aankleden, want ik ga naar de Chinese toko.”

„Ja mevrouw.” Maar als de baboe om haar heen blijft draaien, begrijpt mevrouw de Lange, dat er wat bijzonders aan de hand is.

„Wel baboe, is er iets?”

„Neen, njonja.”

„Kom, je hebt wat op je hart.”

„Ik vraag U vergeving, mevrouw.”

„Waarom?”

„Ik zou graag ontslag hebben.”

„Ohtslag? Wat is er aan de hand?”

„Mijn moeder is gestorven.”

„Je moeder — die is toch al een jaar geleden gestorven ?”

Sluiten