Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beter om weer bij mij te komen, dan kan je dat doen; ik zal dan de reiskosten betalen/'

„Dank U vriendelijk, njonja."

Als Sarina naar de bijgebouwen gaat, denkt mevrouw de Lange: „Alweer moeilijkheden — nu heb ik vier jaar een goede meid aan haar gehad en nu wil ze ineens weg, omdat ze met Wongso niet overweg kan. Van dat sterfgeval zal ik het mijne maar denken. Nu gaat ze boos en beledigd in haar dorp piekeren, 'k Wilde, dat ik er maar wat op wist om haar hier te houden."

„Ringg," gaat de telefoon.

„Hallo — mevrouw de Lange hier — zeker, mevrouw — ja, Sarina is vier jaar bij mij geweest — o ja, een héél goede meid — kan haar best aanbevelen — waarom ze weggaat ? Ze vertelde, dat haar moeder was gestorven en dat ze naar huis wilde. Ik geloofde het verhaal al niet zo erg, maar nu blijkt, dat ze zich reeds bij U verhuurd heeft. — Ja — ik denk, dat ze weggaat, omdat ze met den huisjongen ruzie heeft. Eerlijk?" Mevrouw de Lange denkt even aan de sarong, maar tenslotte kan het een vergissing zijn en dus zegt ze: „Ja, eerlijk is we wél, op haar manier natuurlijk. — Niet te danken. Natuurlijk neem ik het U niet kwalijk. — Dat zou nog mooier worden!"

Als mevrouw de Lange de hoorn van de telefoon weer op de haak heeft gehangen, schudt ze het hoofd en denkt even na. Zal ze Sarina laten roepen en deze het ongeoorloofde van haar handeling onder het oog brengen ? Schouderophalend laat ze eerst het denkbeeld varen — ze heeft reeds zo dikwijls en vergeefs tegen de Zonde van het liegen gewaarschuwd. Maar tenslotte heeft ze er toch geen vrede mee.

„Sarina!"

Sluiten