Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de R niet zeggen, daar hebben de meeste Chinezen moeite mee!) ziet aankomen, zet zijn mond zich uit tot een brede lach. En zijn spleetoogjes staan slechts als schuine streepjes in zijn geelbruin gelaat.

„Tabeh, njonja-besaal, waarmede kan Ho Hin U dienen? Ik zal een makkelijke stoel laten brengen — en wil de njonja een glas koude limonade ? 't Is reeds warm."

„Doe geen moeite, Ho Hin, in de toko is het koel — ik kom eens kijken wat je allemaal voor nieuwe dingen gekregen hebt — de provisie-kast moet aangevuld."

Buigend gaat de toko-baas zijn klant voor — maar als een inlands meisje binnenkomt, en met een bescheiden stemmetje iets vraagt, zegt Ho Hin ruw: „Even wachten, hé? Zie je niet, dat ik met een grote dame bezig ben? Waroeng-lui hebben geen haast."

Maar mevrouw de Lange kijkt het meisje vriendelijk aan. „Zo, Siti, ben jij daar?"

Sluiten