Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulp aan Siti, haar dochtertje. Siti gaat op de inlandse school, maar ’s morgens voor half acht en 's middags na énen helpt ze haar moeder zoveel ze kan. Ze bedient de kinderen van snoepgoed, mengt de zoete stroopjes, geeft geld terug, wast kommetjes en glaasjes om en doet boodschappen. Siti weet precies wat er omgaat in het zaakje en zou best, als het nodig was, haar moeder kunnen vervangen. En toch is ze pas acht jaar.

De waroeng van Maryam heeft ook de Hollandse huisvrouwen van de suikerfabriek tot klanten. Niet voor de inlandse lekkernijen of de troebele Javaanse koffie, maar voor ijs. Joesoep doet toch wel iets voor de zaak! Als *s morgens de auto van de ijsfabriek in Tjirebon voorbijkomt, is Joesoep bij de hand om de ijsstaven te helpen afladen en in kleine stukken te hakken. Die stukken worden goed bewaard in een oude deken of in het kaf van rijst, om later aan de klanten te worden verkocht.

Door die „ij sleveringen” heeft Siti mevrouw de Lange leeren kennen, 't Is meer dan eens gebeurd, dat de kokki, als ze naar de markt moest, even bij de waroeng aanliep: „De njonja wil drie pond ijs hebben, maar ze heeft haast, want er is bezoek.”

„Kom je het ijs dan niet halen?”

„Neen, ik moet naar de markt — laat het even bezorgen.” En dan moet Siti er op uit, om het ijs naar de njonja te brengen. Ze doet het graag, want de njonja is vriendelijk en dikwijls schiet er wel een koekje of een glaasje van die lekkere „Hollandse” limonade voor haar over. De njonja heeft altijd een goed woord voor Siti en is ook al eens aan de waroeng geweest om met Siti's moeder te praten.

Zes grobaks — vrachtwagens — met trekossen be-

Sluiten