Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten, en er werd een broer van hem begraven in een afgelegen district.

De njonja had verder niets gevraagd: ze begreep het wel, Siti's vader voelde zich te gewichtig om met zijn dochtertje naar het hospitaal te gaan. Dan zouden de andere mannen uit het dorp hem vragen: „Zeg Joesoep, waar moet jij naar toe?” En als hij zou antwoorden: „Ik moet naar den toewan-dokter met Siti, die zieke ogen heeft,” dan zouden de mannen verwonderd vragen: „Maar voor zulke dingen heb je toch een vrouw?” En achter zijn rug zouden ze hem uitlachen, omdat Joesoep, de man, die een flinke waroeng heeft, zelf met zijn dochtertje naar den dokter ging. Maar toen de ogen van Siti beter waren, was vader toch wel blij geweest en hij had er op gestaan zélf de vette kip, het gewone dankbaarheidsgeschenk in zo'n geval, naar het huis van den zendeling te brengen. Als dan de mannen in 't dorp hem zouden vragen: „Joesoep, waar moet je met die vette kip heen?” dan zou hij vol trots kunnen antwoorden: „Dit is een geschenk voor den heerzendeling-dokter, die mijn dochtertje genezen heeft.” En als hij voorbij was, zouden de mannen tegen elkander zeggen: „Ja, ja, die Joesoep heeft het maar goed, die kan het doen. Wat een vette kip was dat!” En ze zouden begerig smakken met de tong.

Siti denkt nog dikwijls aan de bezoeken van de zendelingsvrouw. Als die kwam, zat moeder in de waroeng en wandelde vader het dorp in. Zij was dus alleen met de vriendelijke Hollandse dame. Eerst werden haar zieke ogen behandeld en dan bleef de njonja nog even praten. Ze vertelde een verhaaltje of sprak over personen, waarvan Siti wel eens meer gehoord had, als de dorpspriester met de kinderen de Koran las. Maar over Goesti Jesoes, den Heere Jezus, had de

Sluiten