Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priester het nooit gehad. En daarover sprak de njonja bij voorkeur. Goesti Jesoes, die de zoon van Toean Allah, den Heere God, was en op aarde kwam. Die onder de mensen had gewoond en goed doende van stad naar stad en van dorp naar dorp was getrokken. Maar de mensen hadden niets van Hem willen weten en tenslotte had men Hem gedood. Maar juist door Zijn sterven wilde Hij de mensen gelukkig maken. — Ja, hoe dat nu kon, hoe dat precies was, begreep Siti niet: de njonja zei, dat ze er later misschien iets van zou begrijpen, maar ze moest beginnen van Goesti Jesoes te houden. Dat wilde ze wel en de njonja had haar een boekje gegeven, een héél eenvoudig boekje, omdat ze nog maar een klein meisje was. In dat boekje stonden plaatjes en korte vertellingen over Goesti Jesoes. Met veel moeite kon ze die korte verhalen spellen en begrijpen. Maar haar vader vond het niet goed, dat ze over Goesti Jesoes las. Toch nam hij het boekje pas weg, toen de dorpsgeestelijke zei, dat het lezen van Zulke boekjes voor een Mohammedaans kind verboden was. „Allah alleen is groot, "zei de priester, „en Mohammed is zijn profeet en de Hollanders, die zulke boekjes geven, willen van Mohammed niets weten." Eigenlijk had Siti het niet aan de njonja durven vertellen, dat vader het boekje had afgenomen, doch ze zei het toch maar.

En de njonja was in het geheel niet boos geweest. „Niets aan te doen, Siti, dan kom ik je van tijd tot tijd wel eens vertellen." Dat heeft de njonja werkelijk gedaan. Zo eens in de week komt ze een praatje maken, soms thuis, soms aan de waroeng. Een héél klein beetje trots is Siti óók wel op die bezoeken. Wat kijken de andere dorpskinderen verwonderd, dat een grote dame zo maar met een Inlands meisje praat! En Siti's moeder is er ook erg mee ingenomen. Maar als de njonja pro-

Sluiten