Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zijn al drie klanten geweest, die gezouten eieren bij hun rijst wilden hebben, maar ik had ze niet."

,/k Moest zolang wachten bij den Chinees — de thee is een cent per pakje opgeslagen." En Siti vertelt wat de Chinees gezegd heeft.

„Zo — nu, voor vandaag heb ik nog wel genoeg — als hij vanmiddag voorbijkomt, zal ik wel eens met hem praten. Hoe kom je aan die mangga's?"

„Van de njonja op de fabriek."

„Mangga-gedong — die zijn goed."

„ Jz»

„Nu, leg ze maar neer, die verkopen we wel!" Ja, de zaken gaan bij Maryam boven alles! Maar als ze het teleurgestelde gezicht van Siti ziet, zegt ze: „Nu, eet er dan maar een op."

En Siti zet begerig haar hagelwitte tandjes in het zoete sappige vruchtvlees.

De Inlandse school is nu een paar weken gesloten — de kinderen en onderwijzers hebben een poosje vacantie. En in de vacantietijd helpt Siti haar moeder de geheele dag. Ze weet al bijna even goed als Maryam wat er in de waroeng te doen is. Alleen maar — ze kan niet zo goed praten als moeder. Die snapt en lacht met iedereen. De karrevoerder maakt even graag een praatje met haar als de deftige dorpsschrijver. Maar anders — Siti weet precies waar alles staat, wat het kost en hoe het wordt klaar gemaakt. Ja, ze kan, net als moeder, zeggen wat de klanten het liefst willen hebben! De inlandse opzichter van de wegaanleg houdt van rijst met gedroogd vlees en gezouten eieren en veel scherpe specerijen; de karrevoerders nemen alleen droge rijst met een beetje sambal; de dorpsschrijver, die ook weleens aan de waroeng eet, als hij 's middags op kantoor moet werken, heeft graag veel groente bij z’n eten.

Sluiten