Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil informeren wat er is gebeurd en een der karrevoerders zal het hem uitvoerig gaan vertellen, maar de Hollander valt hem ongeduldig in de rede: „Waar is de telefoon ?"

„In het huis van den Wedana," (districtshoofd).

„Ga telefoneren man, telefoneer den dokter in Tjideres en vraag hem direct hier te komen met de auto!"

De Hollandse heer haalt nu een schone zakdoek uit zijn zak, stuurt een mannetje uit om fris water te halen en legt, als hij de snijwond uitgewassen heeft, om het hoofd der vrouw een noodverband. Daarna laat hij in afwachting van de komst van den dokter bamboestengels kappen en touwen zoeken. Dan gaat hij aan de kant van de weg zitten en wrijft zich met een pijnlijk gebaar de benen, terwijl hij van tijd tot tijd een treurige blik slaat op de gehavende auto. Er komen steeds meer mensen, die elkaar verdringen om de gewonde Maryam te zien. Ze is nu stil, de waroenghoudster, en kermt niet meer.

„Waar is haar man, waar is Joesoep?"

Ja, waar is Joesoep? Een paar dorpsbewoners hebben hem, vroeg in de morgen, de weg naar Djatiwangi zien opgaan.

„Hij zal tegen de middag wel komen," meent iemand berustend.

„Is Siti ook gewond?"

„Neen — ze is naar school."

„Zullen we haar halen?"

„Ja — Maryam kon eens sterven."

Maar dan klinkt er getoeter van een auto en men is nieuwsgierig of het soms de dokter is. Ja, werkelijk, het is de dokter en niemand denkt er nu aan de kleine Siti te waarschuwen.

Een kort gesprek tussen den Hollandsen autorijder

Sluiten