Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoord draait hij zich, zonder iets te zeggen, om en slaat het zijpad naar Tjideres in.

Siti is tenslotte toch nog gewaarschuwd, terwijl ze op school was. Een buurvrouw heeft haar geroepen. De Javaanse onderwijzeres trok wel een boos gezicht, dat de vrouw zo maar brutaal over de bamboewand van het schoollokaal keek, maar daar stoorde ze zich niet aan.

„Siti, kom gauw, je moeder is ziek." En zonder verlof te vragen is Siti de klas uitgegaan.

„Waar is moeder?"

„In het hospitaal te Tjideres. Ik zal er je brengen."

Siti wil langs de gewone weg naar Tjideres gaan, maar de buurvrouw kiest een zijpad, om op de grote weg te komen. Ze wil niet met Siti langs de waroeng lopen.

„Wat scheelt moeder?"

„De dokter zei, dat ze direct naar het hospitaal moest."

„Heeft ze buikpijn?"

„Ik weet het niet."

„Heeft ze koorts?"

„Misschien wel!"

Op de grote weg komt een auto aanrijden. De chauffeur is een broer van Siti's buurvrouw. De auto stopt, want de chauffeur is nieuwsgierig waar zijn zuster zo haastig heen moet.

„Naar Tjideres — naar het hospitaal. Een zieke bezoeken — de moeder van Siti — kun je ons even brengen?"

Ja, dat wil de chauffeur wel doen. Hij moet naar Bandoeng en kan dus de verloren tijd weer inwinnen. Vlug stappen Siti en de buurvrouw in en spoedig stopt de auto voor het hospitaal. Mevrouw Verhoop brengt Siti bij haar moeder, die geel-bleek en met gesloten ogen in een helder wit bed ligt. NaastMaryam staat de dokter.

Sluiten