Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

DE TWEEDE MOEDER,

Joesoep heeft er goed en makkelijk van geleefd, de jaren, dat zijn vrouw de waroeng hield. Geld overgehouden heeft hij niet, hij bezit slechts zijn huisje en een paar stukjes grond, die niets opleveren. Reeds een week na Maryam's sterven moet hij er op uit, om geld te lenen van den Arabier, den woekeraar van het dorp. Joesoep begrijpt, dat het zo niet kan doorgaan. Siti heeft hij direct van school genomen; het meisje moet de huishouding doen. En hij moet zien, dat hij op de een of andere wijze wat verdient. Zou hij eens naar de suikerfabriek gaan? Misschien kan men hem daar aan iets helpen. Dan herinnert hij zich, dat „Kadipaten” spoedig is afgemalen, en hij begrijpt, dat daar, voor het ogenblik althans, geen kans is. Als hij den zendeling van Tjideres eens opzocht ? Die is zo goed en vriendelijk voor Siti en Maryam geweest. Ja, Joesoep heeft medelijden met zichzelf, als hij aan Maryam denkt. Wat was ze toch een goede ijverige vrouw! Nu zal hij zelf aan de slag moeten — hij hoopt maar, dat hij een niet te moeilijk en te veel van zijn krachten vergend baantje zal krijgen.

Als een buurman met Joesoep komt babbelen, hoort Siti's vader, dat M'bok Merah aan den koewoe (burgemeester) heeft gevraagd, of zij haar waroeng mag verplaatsen naar de kruising van de weg, daar, waar Maryam altijd gestaan heeft. Joesoep is boos. Nu zal

Sluiten