Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is toch alleen maar de God van de Europeanen?" vraagt Siti.

„Neen, de God van alle mensen."

Dat begrijpt Siti niet: de Europeanen hebben een God, de Chinezen hebben er vele, de Inlanders hebben Allah.

„Neen, er is maar één God."

„En is die ook voor de Inlanders?"

„Ja”

„Die zal zich toch van een Javaan niets aantrekken ?"

„Precies evenveel als van een Hollander."

„Dus een Javaan mag gewoon tot Hem spreken?"

„Ja.”

„En tot Goesti Jesoes?"

„Eveneens. Hij is Gods Zoon en wil onze voorspraak zijn bij God."

Van dit alles begrijpt Siti nog niets, maar de njonja zegt, dat zij beginnen moet den Heere Jezus lief te hebben en dat zij dan later veel zal begrijpen van de dingen, die haar nu onduidelijk zijn.

God liefhebben ? Ja, dat is voor Siti reeds een wonderlijke gedachte. God is groot en dus moeten we ontzag voor Hem hebben, God is rechtvaardig en dus zal Hij ons straffen, als we iets verkeerds doen. Maar God liefhebben? Of Goesti Jesoes, Die, zoals de njonja en de zendeling zeggen, Gods Zoon is ? — Dat is heel vreemd. En dat God, die zo Machtig en Groot en Rechtvaardig is, de mensen zou liefhebben en belang zou stellen in een inlands meisje, als zij? Siti kan het zich niet begrijpen. Maar de verhalen, die de njonja van Goesti Jesoes vertelt, zijn zo mooi. Als Siti geleefd had in de tijd, dat de Heere Jezus op aarde rondwandelde, dan zou ze Hem zeker ook hebben willen zien. Hoe lief moet Hij de kinderen hebben gehad, hoe goed moet Hij geweest zijn voor zieken en lijdenden. De njonja vertelt

Sluiten