Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet waar men er mee naar toe moet. Een paar jaar is er gewacht, nu wordt het te erg. De aanplant van riet wordt ingekrompen. „Kadipaten" zal maar half zo veel riet planten als anders — en dat riet zal niet op „Kadipaten”, maar op een andere fabriek vermalen worden. Dat beteekent, dat „Kadipaten” niet zal draaien en dat het fabriekspersoneel niet behoeft te werken. De Hollandse zowel als de Inlandse arbeidskrachten krijgen bericht, dat men ze niet meer nodig heeft en dat ze misschien weer in dienst kunnen komen, als betere tijden aanbreken. Ook de machinist de Lange krijgt ontslag en het kost hem héél wat van de fabriek, die hem zo lief is, afscheid te nemen. Toch is het ontslag voor hem niet zo erg als voor de anderen. Zijn vrouw en hij hebben van het vele geld, dat zij in de goede jaren ontvingen, zóveel overgehouden, dat zij er goed van kunnen leven. Naar Holland zullen ze nog niet gaan, omdat ze bij de hand willen zijn, als de fabriek weer gaat werken. En hoewel ze voorlopig op de fabriek mogen blijven wonen, geven ze er de voorkeur aan naar Bandoeng te gaan, waar het koel en gezond is. Zo trekken Ze dus weg van „Kadipaten" — enSitigaat met hen mee.

Nu begint er voor het meisje een nieuw leven. Met de huishouding is ze thans goed op de hoogte. Even goed als ze vroeger wist-wat de klanten van haar moeders waroeng verlangden, weet ze nu hoe mevrouw en mijnheer de Lange het graag hebben en Siti doet alle moeite het hun naar de zin te maken. Siti is dankbaar, dat de toewan en de njonja zo goed voor haar zijn en mevrouw de Lange verheugt er zich over, dat zij zich in het meisje niet vergist heeft. Zij zou niet weten wat zij op Siti aan te merken heeft. En toch is het vaak, alsof Siti en de njonja naast elkander leven, of ze elkaar niet begrijpen. Mevrouw de Lange is levendig en

Sluiten