Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraakzaam — ze kan opgewonden vertellen wat er gebeurd is of wat ze meemaakte en Siti luistert rustig en schijnbaar onbewogen toe.

Mijnheer de Lange, die zo kalm en weinig pratend door het leven gaat, begrijpt Siti vaak veel beter. Er is nog iets, waarover mevrouw de Lange zich vaak verwondert: dat Siti tenslotte het beste overweg kan met de Soendanese bedienden. Zij zou van het kind zo graag een Hollands meisje maken, maar Siti blijft een Inlandse. Zeker, het onderwijs heeft goede vruchten gedragen. Siti is vol belangstelling voor geestelijke dingen, ze leest christelijke boeken, kan zelfs eenvoudige Hollandse boeken begrijpen. Ze gaat ook mee naar de kerk en luister met aandacht naar de preek. Als mevrouw op het orgel speelt, blijft ze met schitterende ogen luisteren — maar dan, onverwacht, vindt ze het meisje in de bijgebouwen, gehurkt bij de andere inlanders. Als mevrouw de Lange er met het hoofd van de zendingsschool over spreekt, weet deze er wel een verklaring voor.

„U denkt, dat Siti met de aanvaarding van de beginselen van het Christendom, laat ik het zo maar eens noemen, een Europese is geworden. Maar dat is niet zo. Ze is een Inlandse en dat blijft ze. U bedoelt het goed met Uw pogingen van Siti een Hollands meisje te maken. Maar slechts in een inlandse omgeving kan haar leven tot volkomen ontwikkeling komen. Probeert U het eens, door haar op de Zendingsschool te doen.”

Zo komt Siti op de Zendingsschool en er vindt een hele ommekeer bij haar plaats. Ze is de meeste meisjes van de school verre vooruit in practische ontwikkeling. Gewone huishoudelijke dingen hoeft ze niet meer te leren. Maar wat de werkelijke „onderwijs”-vakken betreft, moet ze goed haar best doen, om bij te blijven.

Sluiten