Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gering. Bovendien is de schoonmoeder van mevrouw de Lange ziek en komen er brieven, waarin de familie schrijft, dat moeder erg naar haar zoon verlangt. Daarom hebben machinist de Lange en zijn vrouw besloten naar Holland te gaan. Mevrouw heeft er veel voor gevoeld Siti mee te nemen. Ze dacht, dat het meisje zich tenslotte geheel aan de Hollandse omgeving zou aanpassen. De directeur van de Zendingsschool heeft haar echter aangeraden het offer te brengen en Siti in Indië te laten.

„Zij blijft nog een poosje op school en dan zullen we een betrekking voor haar zoeken, misschien is ze wel geschikt om examen te doen voor inlands verpleegster. We hebben in Indië behoefte aan jonge Javaanse en Soendanese vrouwen, die den Heere hartelijk liefhebben en iets voor haar volk willen zijn/’

Maar Mevrouw de Lange heeft niet zo spoedig aan het denkbeeld kunnen wennen geheel van Siti afstand te moeten doen. En wat maakt dat zien en horen van Siti en de inlandse kinderen in de tuin haar nu eensklaps duidelijk? Dat het baatzuchtig zou zijn het leven van haar pleegkind aan haar eigen leven te binden. Ze heeft geen recht op Siti. God heeft het meisje op haar weg gevoerd, om het te brengen waar de Heere het hebben wil. Siti moet zich aan haar volk geven, omdat ze daar een taak te vervullen heeft. God vraagt van mevrouw de Lange een offer en ze zal dat offer brengen ook.

Zij heeft, diezelfde dag nog, drie gesprekken.

„Man," zegt ze, nadat ze verteld heeft wat ze zag en hoorde, „mijn besluit staat vast: ik doe wat jij en de directeur van de Zendingsschool mij raden: Siti blijft hier, ik moet het offer brengen, hoewel het mij veel kost om van het meisje afstand te doen.”

„Ik begrijp, dat het je moeite kost, maar het lijkt mij toch de juiste weg.”

Sluiten