Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben maar een kind uit de waroeng, mevrouw, en er zijn er, die zoveel verstandiger zijn.”

„Dat moet je aan God overlaten, Siti.”

„Ja mevrouw.”

Wéér dat lijdelijke, dat alles met zich zelf uitvechten, dat weinig spontane. Als mevrouw de Lange Siti die middag niet gezien en gehoord had, zou ze werkelijk bevreesd zijn, dat de liefde tot den Heiland bij het inlandse meisje toch niet zó groot is, dat ze iets voor Hem zou kunnen doen. Maar nu weet de njonja wel beter.

„Ik zal nog eens met den directeur praten en dan hoor je wel, hoe alles geregeld wordt.”

De directeur der Zendingsschool is verheugd, als hij hoort wat mevrouw de Lange besloten heeft.

„Met Gods hulp zal ik voor Siti doen wat ik kan. U heeft het beste deel voor het meisje gekozen, gelooft U dat maar zeker.”

Zo wordt dan besloten, dat Siti zal achterblijven op Java, maar mevrouw de Lange belooft iedere week te zullen schrijven en Siti zal hetzelfde doen.

Siti's pleegmoeder is er niet zo spoedig over heen, dat ze het meisje gaat verliezen, en dikwijls springen haar de tranen in de ogen, als ze haar pleegkind aanziet.

Siti huilt nooit. Is ze ongevoelig ? Het lijkt soms zo. Maar als ze alleen is in haar kleine slaapkamer, dan ligt ze met wijdgeopende ogen achter het muskietengaas en staart in de duisternis van de nacht. Wat zal de toekomst brengen?

Sluiten