Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd: wat gesproken moest worden geschiedde reeds vroeger.

Na het avondeten draagt de directeur in een hartelijk, ernstig gebed zowel vertrekkenden als blijvenden aan den Heere op.

En dan is het ogenblik van afscheid gekomen.

Mijnheer de Groot en zijn vrouw trekken zich terug als mevrouw de Lange Siti in haar armen neemt en hartelijk kust. Nu breekt zich ook Siti's gevoel, dat zij zo lang wist te beheersen, baan en zij laat haar tranen de vrije loop.

„Waarom gaat U weg? Siti is bang alleen, nu het wordt zoals vroeger. Waarom? Waarom?” snikt ze.

Het is voor mevrouw de Lange een moeilijk ogenblik, het liefst zou ze haar pleegkind hebben meegenomen, maar het is God, die haar vraagt het op Java achter te laten. En Siti zelf zit met sterke banden aan haar geboorteland vast.

„Waarom gaat U weg?” vraagt ze, niet: „Waarom mag ik niet mee?”

„Omdat God ons naar Nederland roept. Jij hebt hier een mooie, maar moeilijke taak te vervullen, Siti; dat zal alleen gaan in Gods kracht. Zal je den Heere Jezus blijven liefhebben?”

„Ja, o ja!”

„Van Hem alles verwachten en steeds op den Heere, nooit op eigen kracht vertrouwen?”

„Ik zal er om bidden.”

„Dan is het goed, mijn lieveling, wellicht zien wij elkander op aarde nimmer weer, maar eens, in de Hemel zullen wij gezamenlijk den Heere Jezus mogen prijzen.”

„O ja, dat zal heerlijk zijn.”

Lang duurt het afscheid nemen en als mevrouw de Lange eindelijk voor het laatst Siti's handen drukt en

Sluiten