Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Siti is héél stil aan tafel en mevrouw de Groot ziet wel, dat er wat aan scheelt* Als Siti zo somber blijft, vraagt ze wat er aan de hand is, en dan komt het verhaal van de lotgevallen van haar vader los. Daar ook de vrouw van den directeur niet zo gauw een oplossing weet, spreekt zij er met haar man over. Siti moet bij den directeur komen en dan vraagt deze haar van alles omtrent haar vader en het leven in Kadipaten. „Wij zullen je vader helpen/' zegt hij tenslotte, „het komt er maar op aan welke weg wij moeten inslaan. Ik zal vanavond wel eens met je vader spreken."

Als Joesoep komt, wijst de directeur hem een slaapplaats in de bijgebouwen aan en krijgt hij schone kleren en eten. De volgende dag, als de dokter komt, die de kostschool geregeld bezoekt, moet Joesoep in de spreekkamer verschijnen. En het onderzoek wijst uit, dat hij een leverziekte heeft, die alleen genezen kan worden door rust en door het eten van bepaalde spijzen.

„Joesoep zou kunnen genezen," zegt de arts, „als hij een Europeaan was, die een rustig en zorgvuldig leven kon leiden." Dat is wel een harde boodschap voor Joesoep. Als mijnheer de Groot aan Siti vertelt wat de dokter heeft gezegd, komt er een wonderlijke trek op het gelaat van het inlandse meisje. En de directeur ziet ineens wat de roeping van het meisje is.

„Siti?"

„Ja, mijnheer?"

„Zou jij een offer willen brengen, zoals njonja de Lange er een bracht, toen ze jou achterliet?"

„Welk offer moet ik brengen?"

„Kijk, je wilde je nuttig maken voor je volk, nietwaar ?"

„Graag."

„Ziekenverpleegster worden ?"

Sluiten