Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja-”

„Of onderwijzeres?”

„Ja-”

„Of meisjes in de huishouding opleiden?”

„Ja-

„Maar in ieder geval over den Heere Jezus spreken en proberen de mensen van je volk aan de voeten van den Heiland te brengen?”

„Zeker — dat vooral.”

„Welnu, zó zie ik je werk: Je gaat weer naar Kadipaten, je verpleegt je vader en — je neemt je plaats weer in in de waroeng.”

„In de waroeng?” vraagt Siti en er is verwondering en angst in haar stem.

„En het onderwijs of de huishouding dan?”

„Luister, Siti — het is heel mooi en héél goed een werkkring te hebben als jij begeert. Maar de Heere God Zoekt geen Christenen alleen voor scholen en inrichtingen. — De Javaanse en Soendanese Christenen moeten midden in het leven staan, om door woord en daad levende getuigen te zijn van den Heere Jezus.”

„Maar hoe kan ik dat in een waroeng?”

„Je vader heeft je in de eerste plaats nodig — ten opzichte van hem kan je met de daad bewijzen, dat er iets van de geest des Heeren in je leeft. En in de waroeng ? Moeten er geen christen-waroeng vrouwen zijn, die in de desa getuigen zijn voor den Heere Jezus en van Zijn zondaarsliefde?”

„Maar ik kan niet spreken en wat zal een waroengvrouw voor invloed hebben?”

„Hoor, Siti. De Heere God had profeten nodig om voor het Joodse volk te getuigen van het recht des Heeren en het te verkondigen, dat het volk zich bekeren moest. En wie koos de Heere soms uit? Mannen»

Sluiten