Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hallo, moeder,” zei Tommy vriendelijk.

Mevrouw Vanheem was nog jong. Ze was heel lief en mooi ; Tom kon zich niemand voorstellen, die liever en mooier was dan zij.

„Mijnheer Barkle is weg, lieveling,” zei Tom's moeder. Tom keek even boos, want hij was al twaalf jaar en hij vond zichzelf veel te groot om „lieveling” genoemd te worden.

„Ik heet Tom, moeder,” zei hij ernstig.

„M'n beste Tom, dat zou ik vergeten,” zei mevrouw Vanheem. Op andere dagen zou ze gelachen hebben om haar groten kerel, maar vandaag gleed er geen glimlachje over haar gezicht.

„Wat wilde je nu gaan doen, Tom?” vroeg ze.

Tom zuchtte eens. Hij hoopte maar, dat zijn moeder hem geen huiswerk op kwam geven. Hij vond er iets op.

„Ik wilde wat natuurkunde gaan doen, moeder,” zei hij. „Dat moet ik noodzakelijk.”

„Moet je daarvoor naar buiten ?”

„Welneen, moeder.” Tom lachte. „Dat kan ik wel hier in de kamer af.”

„Dat is goed, dat is heel goed,” zei Tom's moeder. „Als je maar hier in de kamer blijft, lieveling, eh, Tom bedoel ik. Ik had Barbara willen vragen om bij je te komen zitten, maar ik vond haar met zware hoofdpijn te bed.”

„Ik heb Barbara heel niet nodig,” zei Tom. „Als ik bezig ben, blijf ik net zo lief alleen. De tijd vliegt om. Dat kunt u zich niet voorstellen, moeder.”

„Ik ben blij, dat je zo veel van die natuurkunde houdt, Tom. Maar denk er vooral om, dat je binnen blijft. Om vier uur komt Barbara met de thee.”

„In orde, moeder,” zei Tom. En als een beleefde grote kerel voegde hij erachter: „Gaat u nu ook maar gauw wat rusten. U ziet er moe uit.”

Sluiten