Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu niet door konden gaan, omdat onze mannen de lijn hadden opgebroken.”

Tom zelf luisterde aandachtig naar die uitleg. Dat leek hem wel wat. Hij zou best komediant willen wezen !

„Zeg, doe jij mee met de lui, die gymnastiek doen, of speel jij toneel ?” vroeg Freddy hem.

„Ik werk het meest aan de rekstok en het liefst aan de ringen,” kon Tom zonder te jokken zeggen.

„Dat kon ik zien,” zei Freddie prijzend. „Je zwaaide prachtig aan die tak. Ben je hier al eens meer geweest ?”

„Jawel, zo erdoor heen,” antwoordde Tom onverschillig.

„Maar je bent zeker nooit in de stad geweest ?” vroeg Joe. „Bij ons in de stad komen geen komedianten. Daar valt niets te verdienen.”

„Neen, ik ben er nooit geweest,” gaf Tom toe.

Dat was waar. Zijn vader had hem nooit eens mee willen nemen naar de fabriek. „Dat is altijd nog vroeg genoeg,” zei hij, als Tom er hem om vroeg. Aan de stad had Tom nooit gedacht. Over de arbeiders werd niet gesproken, waar hij bij was.

„Om de stad geef ik niet zo veel,” ging hij door. „Maar de fabrieken, ddir zou ik wel eens heen willen.”

„Daar is nogal wat aan te zien,” zei Freddie, met opgetrokken neus.

„Och, je moet alles eens zien,” mompelde Tom. Wat wou hij graag, dat die jongens hem er eens mee naar toe namen! Mijnheer Barkle bleef altijd stijf en strak aan deze kant van de spoorlijn.

„Zullen wij er hem eens heen brengen ?” stelde Freddie voor.

„Het is een eind weg, hoor,” waarschuwde Jim.

Daar schrok Tom wel wat van.

„Het mag niet al te laat worden,” waarschuwde hij.

Sluiten