Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Rode Ben brengt er ons wel in een knap gangetje heen/' verzekerde Freddie op zijn grote-mannen-toon. „Hij is een suchtende hardloper.”

„Wie is de Rode Ben ?” vroeg Tom, alweer nieuwsgierig.

De jongens schoten nu alle drie in een lach.

„De Rode Ben ? Ha, ha, ha. Dat is onze kar. Jim heeft die van weggegooide stukken netjes in elkaar geflanst. Hij zag er toen wat toegetakeld uit, maar we kregen van Freddie zijn vader »en pot vuurrood lak en nu glanst hij tegen je in. De mensen noemen hem het rode gevaar, maar wij houden ons aan Rode Ben. Hij mocht het ons eens kwalijk nemen als we hem uitscholden.” De jongens grinnikten.

„Waar hebben jullie die dan staan?” vroeg Tom.

„Ergens bij de spoorlijn,” vertelde Joe. „We konden hem niet meenemen tot hier aan toe, want hij is nogal levendig, begrijp je. Kom, we gaan, jongens, er valt hier toch niets te zien. Wil jij echt mee, Tom?”

„Nou, graag,” zei Tom. Hij sprong mee op van de grond. Au, zijn knie was nog stijf van dat vallen langs de muur.

Sluiten