Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzen tegengehouden. Ze zeggen, dat er overmorgen wel tweehonderd vreemden met de trein naar hier komen. Oude Tom wil ze binnen de fabrieksmuren loodsen en daar blijven ze dan dag en nacht. Als het hem lukt, tenminste....”

Overmorgen, dan is het moeders verjaardag, dacht Tom. Nu wist hij, waarom er over die verjaardag nog haast heel niet was gesproken!

Ze liepen nu achter elkaar door het dichtst van het bos. Tom zag de kielen van de jongens als lichte vlekken. Wat maaide die Freddie gek met zijn armen.

De stilte rondom werd plotseling verbroken door het gillen van een stoomfluit.

„Hoor, de treinen kunnen weer rijden," zei Jim. Hij bleef staan en keek naar Tom. „Jö, ben jij niet bang, dat ze weg gaan ? Jouw volk, bedoel ik.”

Tom moest een ogenblik prakkizeren, waarover hij het eigenlijk had. Toen begreep hij, dat Jim de woonwagenmensen bedoelde, die op de zijlijn van het spoor hadden overnacht.

„Het kan mij niets schelen, al gaan ze weg," zei hij onverschillig. „Ik haal ze wel weer in. Je begrijpt, dat gebeurt wel eens meer." Die ondeugende Tom had niet voor niets alle dagen uitvluchtjes verzonnen tegenover mijnheer Barkle. Hij verstond het vak!

„Vanavond gaat er wel weer een trein,” zei hij. „Als ik geen geld genoeg heb voor een kaartje, verstop ik me wel in een goederenwagen.”

„En als ze je dan vinden ?” vroeg Freddie.

„Méér dan een pak ransel kan ik nooit krijgen," blufte Tom.

De jongens keken bewonderend naar hem. Die vreemde knaap was me een kerel!

Tom had nooit geweten, dat je zo lang achtereen door het

Sluiten