Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze trok Freddie naar binnen.

Jim sloot het raam en zei verstoord: „Jó, doe toch wat je moeder je vraagt."

De jongens waren op de grond gaan zitten. Tom alleen zat op zijn stoel. Tegenover hem zat Freddie's moeder. Ze leunde zuchtend met haar ellebogen op de tafel, de tranen rolden haar over de wangen. Beneden in de straat klonk gestamp van voeten, geweren ratelden, mannen en vrouwen riepen, iemand werd Zeker geraakt, want een gil klonk boven alle rumoer uit.

Tom keek steels op zijn horloge. Het was bij vijven. Wanneer zou hij de kans krijgen om naar huis te gaan ? Fred's moeder praatte voor zich heen : „Wat beleven we toch een tijden ! Ach, goede God, waar het heen moet begrijpt geen mens.”

Sluiten