Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, neen, het is nu geen vacantietijd,” zei moeder vlug. „Heeft mijn man al ontbeten, Winfred?”

„Mijnheer is zonder ontbijt weggegaan, mevrouw,” zei Winfred eerbiedig.

Moeder onderdrukte een zucht en deed haar best, niet al te ernstig te kijken. Noch Winfred, noch haar eigen Tom hadden te weten, hoe bezorgd zij zich over vader maakte. Ze wist, dat hij bijna de hele nacht had zitten schrijven en verschillende malen getelefoneerd had. O, ze wilde maar, dat die vreselijke staking goed en wel was opgeheven.

Na het ontbijt zei ze : „Tom, ik zal je voor vanmorgen sommen opgeven, dan kun je vanmiddag een opstel maken.”

„Moeder, maakt u ze alstublieft niet zo erg lang ?” vroeg Tom bij voorbaat. Hij was van plan, die sommen gauw-gauw af te maken, om daarna nog een tijd naar de jongens toe te kunnen gaan.

„Nu, we zullen zien,” beloofde moeder goedhartig.

„En, mama” — Tom schoof wat dichter naar haar toe — „Zullen wij dan vanmiddag nog eens samen thee drinken? In de tuin ? Het weer wordt al zo zacht en ik wou nu eens heel graag met u alleen zijn.”

Tom dacht: Als ik dat maar eenmaal voor elkaar heb, komt de rest vanzelf wel.

En moeder dacht: Wat is hij toch een beste kerel, die Tom van mij. Gelukkig, dat hij nog niets met die staking heeft uit te staan.

„Dat is afgesproken,” zei ze. „Vanmiddag drinken wij samen thee.” Ze leek wat opgevrolijkt bij dit vooruitzicht. Terwijl ze met Tom samen de sommen uitzocht — neen, niet te veel — maakte ze nog grapjes. Later op de dag dacht ze : Wat heb ik toch met hem staan lachen! En wat keken zijn bruine ogen mij toch vriendelijk aan!

Sluiten