Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand aankwam — zijn vader bijvoorbeeld. Of één van die werklieden, die zo vijandig geroepen hadden : „Weg met Tom Vanheem 1" Zo heel alleen in het bos begon Tom in te zien, hoe gevaarlijk de tijden waren 1

Hij keek op zijn horloge. Nu liep hij al meer dan een half uur. Hij moest dicht bij het station zijn. Hij zou de weg maar weer opzoeken, dan kon hij zijn richting niet missen. Hij drong in het kreupelhout daar dicht bij. Hij dacht niet anders, of daar achter zou de weg wezen. Wat was dat lage hout dicht en doornig 1 Tom scheurde zijn blouse en hij schramde zijn handen. Nu zou het vast en zeker uitkomen, dat hij zo ongehoorzaam was geweest. Moeder zou willen weten, hoe hij aan die schrammen kwam. Ai, die venijnige dingen. Ze deden hem nog pijn ook. Tom zoog het bloed van zijn hand en drong verder. Het was net of hij droomde. In een droom kon je ook zoiets doen, door een bosje kruipen en altijd maar harder werken met je handen en voeten zonder er ooit uit te komen. Maar dan ging je schreeuwen en Barbara kwam en maakte je wakker. Hier was geen Barbara. Hier hielp het niet, al schreeuwde je.

Af en toe leek het Tom, of hij aldoor op dezelfde plaats bleef. Kroop hij soms in de rondte ? Steeds had hij hetzelfde doornige hakhout om zich heen en hoog boven zijn hoofd zag hij de kruinen van half groene, half bruine oude dennebomen.

Daar viel hem iets in, dat zijn hart even deed stilstaan van schrik. Zulke dennebomen stonden er niet bij de weg naar het station. Dat wist hij heel zeker, hij had ze er nooit gezien. Maar dan was hij verdwaald. Tussen de bomen had hij de goede richting verloren.

Dadelijk kwamen Tom alle verhalen in zijn gedachten, die hij al eens gelezen had over verdwaalde kinderen. In vroeger jaren werden die door boze mensen gevonden en eenvoudig doodgeslagen. Neen, dat zou niemand nu een jongen aandoen. Maar

Sluiten