Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet wilden helpen, zou hij misschien noch Flambeau, noch Dickie, noch zelfs zijn vader of moeder ooit weerzien.

De jongens ! Het was één van de jongens, die hem nu aansprak.

„Als je belooft, kalm mee te gaan, zal ik je benen losmaken,” zei hij met een grove stem.

Tom kon niets zeggen. Nog altijd had hij die doek voor zijn mond. Heftig knikte hij daarom maar van ja. Als hij tenminste maar lopen kon ! Ze maakten nu zijn benen los en hielpen hem om te gaan staan. Hij was warempel stijf. Het bloed leek wel gestold in zijn voeten. Aan weerskanten pakte nu iemand hem bij zijn arm en voort ging het weer. Maar nu duurde het niet zo lang.

„Halt,” riep de jongen met de grove stem. Tom was ervan overtuigd, dat die hem niet zou willen helpen om weg te lopen.

Tom moest nu ook stilstaan. Hij hoopte, dat eindelijk die doek voor zijn ogen zou worden weggenomen, maar die werd alleen om zijn mond wat losser gemaakt. De vreemde jongen zei:

„Kapitein, dit vrachtje hebben wij onderweg opgepikt. Liep daar te speuren op onze terreinen. We vonden het veiliger, hem mee te nemen, dan kon hij hier eerst eens vertellen, wie hij is en wat hij hier uit te voeren heeft.”

Wat werd Tom kwaad, toen hij dien jongen zo hoorde praten 1 Een jongen over een jongen 1 En dat tegen een kapitein, een groten kerel! Van boosheid durfde hij te praten.

„Ik geef zeker geen antwoord, zolang ik die doek om mijn hoofd heb,” riep hij driftig. „Ik stik haast. Fraai werk is dat voor een jongen. Dat is het.”

„Hij heeft gelijk,” zei een andere jongensstem. Die klonk Tom bekend in zijn oren. Waar had hij hem meer gehoord ? Hij kon hem niet thuis brengen.

Sluiten