Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maak die doek los/' commandeerde dezelfde bekende jongensstem.

Handen wriemelden in zijn nek. Weg was dat hatelijke, vieze ding. Tom knipperde even tegen het licht. Hij keek recht voor zich uit, benieuwd, hoe zo'n kapitein eruit zou zien. Hij zag daar voor zich alleen een kiemen, mageren jongen. Een bekenden jongen.

„Freddie l" riep hij verbaasd.

„Tom, het is Tom!" riep Freddie uit.

Tom keek om zich heen. Hij zag, dat hij midden tussen jongens stond. Het waren jongens geweest, die hem gepakt en gebonden hadden. Jongens hadden hem dat hele eind gedragen. Ze waren allemaal zo ongeveer hetzelfde gekleed. Een korte broek, een katoenen kiel. Ze hadden allen een touw om hun middel gebonden, dat voor gordel dienst moest doen. Er stak een mes tussen of een houten dolk. Het leek, of die jongens met elkaar een spel speelden.

Maar Tom vond, dat hun spelletje, wat hem betrof, wel wat te ver was gegaan. Hij was opgelucht en boos tegelijk. Daarvoor was hij nu zo bang geweest. Daarvoor had hij zelfs bijna gehuild!

„Doen jullie altijd zo met jongens, die jullie niet kent?" vroeg hij. „Aardige manieren hebben jullie! Fijne boel is het hier. Hoe zouden jullie het zelf vinden, om, terwijl je kalm loopt te wandelen, door een stelletje schooiers te worden opgepikt en meegepakt ? Neem me niet kwalijk, Freddie, dat ik jouw vrienden schooiers noem. Ik moest natuurlijk denken, dat ze dat waren. Ik had zelfs geen kans er een in zijn gezicht te zien. En zou je nu asjeblieft eens dadelijk die touwen van mijn armen losmaken ? Je weet dat misschien niet bij ondervinding, maar ik verzeker je, dat het mij beter bevalt om me vrij te kunnen bewegen.”

Tom was gewend om te bevelen en zijn toon maakte indruk

Sluiten