Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag ik je : Wil jij ook voortaan anderen helpen, zo dikwijls als je dat kan ?”

„Ja, dat wil ik,” zei Tom ernstig.

„Wil je met ons mee gaan, als wij rond gaan speuren om te zien, waar we iets kunnen doen ?”

„Ja, dat wil ik,” riep Tom uit. Hij hield van speuren.

Toen vroeg Freddie aan de jongens :

„Zal ik onzen vriend Tom dan de belofte afnemen ?”

„Ja, ja, ja,” riepen de meeste jongens.

„Heeft een van de jonge Arenden nog een opmerking?” vroeg Fred.

Nu kwam de jongen met de schorre stem een pas naar voren.

„We weten niet eens, hoe hij heet,” zei hij knorrig. Tom had gezien, dat hij geen „ja” had geroepen.

„Je naam, Tom?” vroeg Freddie op echte kapiteinstoon.

Een ogenblik voelde Tom zich koud worden. Wat nu ? Toen, ’n beetje verlegen, antwoordde hij :

„Och, onder dat komediantenvolkje nemen ze 't niet zo nauw met de namen. Zeg maar: Tom Smith.”

„Ergens wonen doe je zeker niet,” zei Freddie wat twijfelachtig. Zo'n wagen, meende hij, stond dan hier en dan daar.

„Zeg overal,” verzon Tom.

„Heeft iemand nog iets op te werpen ?” vroeg Freddie. „Eenmaal, andermaal, voor de derde maal ?”

Nu zei niemand meer wat.

Langzaam en plechtig begon Freddie toen :

„Tom Smith van Overal, wil je opgenomen worden in de dappere kring van de jonge Arenden, de helpers ?”

„Ja,” zei Tom heel hard.

„Tom Smith van Overal, wil je mij dan welgemeend de belofte nazeggen ?”

Sluiten