Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pols en bedacht toen pas, dat hij niet eens een horloge bij zich had. De zon stond al hoog aan de hemel. Hij was al een hele ochtend op pad. Vast had zijn moeder al ontdekt, dat hij weg was. O, wat was hij toch een eend geweest. Wat zou moeder in angst zitten! Helpen ? Hij zag zijn moeder het hele huis doorlopen, van kamer tot kamer. Haar mooi gezicht was wit van angst. Zijn eigen lieve moeder had hij van de wal in de sloot geholpen, dat was vast.

„Daar!” Een der jongens stootte hem aan en wees naar een gebouw, dat iets groter leek dan de huizen rondom. „We zijn er.”

Freddie stopte.

„Wat nu?” vroeg Tom. Hij kon zijn oren niet geloven, toen hij zichzelf hoorde praten.

„Wat nu ?” vroeg ook Freddie.

„Ik — ik heb nooit zoiets gezien,” zei Tom, bang, dat de jongens iets zouden merken van zijn angst.

„Ik begrijp, dat je graag mee naar boven wilt,” zei Freddie. Hij dacht een ogenblik na; in zijn smalle jongensvoorhoofd kwamen twee diepe rimpels. „Maar ik durf je toch niet mee naar boven nemen.” Freddie was niet bang, om aan de jongens te laten merken, wat hij met een gerust hart deed en wat niet. „De mannen kijken misschien al een beetje lelijk als ze mij binnen zien komen. Ze weten toch zo maar niet ineens, wat voor boodschap ik hun breng I Als er nog een vreemde jongen bij is ook, konden ze ons wel eens de trappen af bonjouren zonder dat we de kans kregen wat te zeggen. Neen, je moet maar bij John blijven zitten, Tom. En John, blaas jij, als je me onverwachts nodig mocht hebben.”

John legde een magere, vuile hand over de claxon van de auto.

„Tot uw dienst, kapitein,” zei hij grinnikend.

Tom zuchtte verlicht. Was hij daar even bang geweest om

Sluiten