Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schooljongens hielpen mee de Rode Ben opduwen en hieven een hoeraatje aan, toen er vaart kwam in het vehikel. Ze liepen mee tot de Rode Ben het begon te winnen van hun jonge benen.

Freddie stuurde weer op het station aan, dat nu niet zo ver af was.

Geen fabriekssein gilde het middaguur uit naar de bossen. Altijd wachtte Tom op dat geluid. Het was een groet van vader. Nu schrok hij bij de gedachte, dat het zoetjesaan twaalf uur moest zijn. Straks zou vaders auto hier passeren. Hij keek al eens om. Gelukkig, de weg lag nog tot de stad aan toe verlaten.

„We moeten stoppen, jongens,” gilde Freddie, „de bomen zijn dicht.”

Ook dat nog!

Stampend en trillend kwam de zware trein, die voor het vertrek gereed stond, in beweging. Majestueus rolde de geweldige locomotief voorbij. Twee lege personenwagens volgden, een aantal goederenwagens, en eindelijk, in de volle glans van frisgroene verf, met aardige ronde bootraampjes en de luxe van een heerlijk achterbalkon : het rollende huis van de komedianten. Een man en een vrouw stonden op het balkon en zwaaiden het afscheid naar de stad, waar ze zoveel oponthoud en heel geen voordeel hadden gehad.

Freddie gaf een gil, alsof hij daarmee heel het rollende gevaarte kon doen stoppen.

„Jouw volk, Tom, daar gaan ze,” riep hij.

„Wat ?” gilde Tom. Hij was warempel juist op dat ogenblik vergeten, dat hij voor Freddie in die woonwagen thuis hoorde.

Gelukkig kwam hij weer gauw tot dat besef. Hij schudde koel zijn hoofd. „Hindert niets. Ik zal ze vanmiddag wel nareizen.” Meteen kreeg hij een goede gedachte. „Ik moest

Sluiten