Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongens had een bediende bij zich, die hun eten moest koken. Het was niet echt geweest.

„Blijven jullie hier ook wel eens eten ?” vroeg Tom.

„Brood, zei Freddie kort. „Iets anders kunnen we hier niet naar toe slepen. En we durven niet zo erg goed vuur te maken ook.” Hij wachtte even, net of hij dacht: Zal ik dat Tom vertellen, of niet ? „Of eigenlijk,” zei hij toen,” „de reverend father heeft gevraagd, of wij dat niet wilden doen. Hij was zo bang voor brand, met dat droge hout.”

„Komt hij wel eens bij jullie — die reverend father?”

„Nou, zei Freddie, ,,’s Avonds soms. Hij kan zo prachtig vertellen. Die man weet wel duizend verhalen.”

Het klokje van twaalven had allang geklept, toen eindelijk de jongens aan kwamen gelopen. Ze zagen er moe en warm uit. Freddie was weggehold met een gedeukte ijzeren kan, die hij uit zijn tent had gehaald. Hij kwam terug met zijn kan vol fris water.

„Dat haal ik ook al bij den father,” vertelde hij aan Tom.

Tom vond t jammer, dat hij niet met Freddie mee was gelopen. Hij had zo'n father wel eens van dichtbij willen zien !

Bijna alle jongens hadden brood in hun zak. Dat knabbelden ze op bij hun slok water. Ze waren al helemaal klaar, toen er nog twee achterblijvers kwamen aangehold.

„Pike en Let, onze speurders,” vertelde Fred.

De jongens brachten nieuws mee uit de stad. Alle mensen daar hadden zich voorbereid op de komst van de vreemde arbeiders, want 't nieuwtje was als een lopend vuurtje rondgegaan. Oude grootvader Klan, een Chinees, die een winkel hield, had zijn ijzeren rolluiken voor deur en vensters laten zakken, zo bang was hij, dat de werklieden, als ze aan het vechten gingen, zijn Zouden plunderen. Hij wilde niemand meer helpen, zelfs niet door het bovenraam. Met grote krijtletters had hij op een bord geschreven : „Hier wordt niet verkocht eer alle oude rekeningen

Sluiten