Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spel, waarbij ze telkens ruzie kregen. Een paar anderen waren bet bosje in geslenterd. Wat ze daar te doen hadden ? Och, wat roeren jongens de hele dag uit? Misschien zochten ze naar vogeleitjes, maar daarvoor waren ze toch nog wel wat vroeg 1

Freddie ging het kamp rondslenteren en Tom liep hem achterna. Hij kon goed zien, dat de jongens Freddie graag mochten. Er was er een bij, die zeker wel een hoofd boven den kleinen kapitein uitstak, maar toen Freddie tegen hem zei : „Jij gooide gemeen, dat moet je overdoen,” kreeg die grote jongen een kleur en hij dééd het werkelijk over.

Onverwachts begon de klok te luiden. De tonen riepen zo Zacht boven het kamp. Het was, als vroegen ze: „Toe, jongens, jullie zo vlak bij, moet je ook niet wat bidden ?” Maar die jongens, daar allen bij elkaar, wisten niet wat bidden was !

Fred blies weer op zijn twee vingers.

De jongens kwamen aangelopen. Freddie ging midden voor de tent met de wimpel zitten en de andere jongens maakten een kring om hem heen. Uit zijn hoofd begon Fred nu al de namen op te roepen. Telkens riep er een jongen : „Present, kapitein.

„Tom Smith,” riep Freddie.

Tom vergat warempel te antwoorden.

„Nou dan,” riepen de jongens, verbaasd en zelfs een beetje boos.

„Present, kapitein,” riep Tom toen gauw. Hij verontschuldigde zich. „Het is pas mijn eerste keer, wat jij, Freddie ?”

„Je moet beter oppassen,” strafte de kapitein.

Tom zweeg. Bij zijn vriendjes in New York was hij nog nooit zo kalm geweest.

Nu ging Freddie staan. Hij wilde een toespraak houden. Terwijl Tom nog lag te slapen had hij daarover zitten denken.

„Jonge Arenden,” begon hij plechtig.

„Er is een smaad ge....” — Hij zocht naar het juiste woord

Sluiten