Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X

DE AVOND IN HET KAMP

De jongens zaten te kijken, of ze het in Keulen hoorden donderen.

J 1 1 tt n j tn

„Het diner, daar, weghalen.... ” stotterde Freddie. „Dat kunnen we nooit.”

Nu was het Tom's beurt om hem te plagen.

„Waar blijf jij nu ?” vroeg hij. „Eerst wil je een heel huis in brand steken en nu kun je niet eens een keukendeur openmaken 1”

Sommige jongens lachten.

Maar Jim zei: „Ze geven het ons vast niet af.”

Dat zouden ze zeker niet, als ik er niet was, mannetje, dacht Tom. Die ondeugd begreep wel, dat morgenochtend heel Happy-town in rep en roer zou zijn, omdat hij niet was thuis gekomen. Hij dacht nu niet meer aan de ongerustheid van zijn moeder. Hij was alleen vol van zijn plan. En voor dat plan.... kwam het maar al te goed uit, dat alle bewoners van Happy-town angstig zouden zijn om hém.

„Het zal zo eenvoudig gaan als wat,” zei hij. „Wij sluipen door het bos naar Happy-town. Daar gaan we stiekum langs de stallen, naar het laantje waar die keuken op uitkomt. Daarbinnen is iedereen al druk in de weer. Want zo'n diner, dat begrijp je, is maar niet in een half uurtje klaar. Onverwachts bonzen we op de achterdeur en roepen : Als het leven van Tom Vanheem jullie

Sluiten