Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lief is, geef dan alle lekkers af, dat je daar aan het klaarmaken bent, ijstrommels incluis.”

„Ze zullen gek zijn,” zei Freddie kortaf. Het was duidelijk: hij zou niet zo maar een trommel vol ijs afstaan, als hij die in zijn kast had staan!

„Ze zullen zo schrikken, dat ze het gedaan hebben eer ze er over hebben nagedacht,” verzekerde Tom.

Hij dacht nog even : Zal ik zeggen, dat ik de jonge Tom Vanheem ben ? Maar dat deed hij toch niet.

„Ze zullen ons achterop lopen,” meende Jim.

„Rode Ben zal zo'n leven maken, dat ze niet durven,” hield Tom vol. „En dan, we kunnen ze nog een beetje banger maken. We geven nog een brief af ook, ja” — Tom werd al vuriger — „we schrijven een brief en daar zetten we in : Als je ons naloopt, steken we Happy-town aan vier kanten in brand.”

Alsjeblieft! Als dat niet hielp, hielp niets !

De jongens knikten voldaan. Dat klonk kranig.

„Konden we dan niet beter die brief eerst afgeven ?” vroeg Frank.

„Ja, dat zou nog beter zijn,” vond ook Tom.

Maar hoe moest zo'n brief geschreven worden ? Wie had er papier en inkt ? En — dat vooral — wie kon er goed duidelijk schrijven ?

Benauwde vraag! De jongens keken elkaar aan. Ze waren zulke deugnieten ! Ze hadden zo dikwijls gespijbeld. Zo groot als ze waren, durfden ze geen van allen te zeggen: „Ik kan zo’n brief wel netjes voor elkaar krijgen !”

„Zal ik de brief ook maar schrijven ?” bood Tom aan.

Dat was juist, wat hij wilde, maar hij deed, of iedere andere jongen het voor zijn part ook had mogen doen.

„Maar waar moeten we papier vandaan halen?” vroeg ook hij.

Sluiten