Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ben je nou ! Dit zijn maar krabbels," zei Tom. „Maar ik zal wel wat langer werk hebben. En denk eraan, dat je me niet op mijn vingers komt kijken. Want dan maak ik vlekken."

„Kan ik het in de envelop doen als ik klaar ben ?" vroeg hij ten overvloede nog aan de vergadering.

„Ja, ja, het is best zo," gaven de jongens toe.

Tom ging zitten schrijven. De dikke vulpen zat hem nog onhandig genoeg tussen zijn vingers. Hij maakte geen haast. Eerst zag hij nog, hoe de jongens vol belangstelling naar hem zaten te kijken. Even later zag hij ze met elkaar praten. Van verre toekijken was dan ook niet erg boeiend.

Zo moest het. Tom begon wat vlugger te schrijven. Toen hij heel het epistel had gecopieerd, zoals het daar voor hem lag, voegde hij er op zijn eigen houtje aan toe :

„Lieve Barbara, Ik ben nog gezond en wel. Als mijn leven je lief is, doe dan, wat de jongens je vragen. Laat vooral niemand hen lastig vallen. En spreek niet over mij, je Tom."

Hij lachte in zichzelf. Vast zou Barbara het opperbevel hebben in de keuken. Dat was de gewoonte bij alle gelegenheden. Zij zou wel zorgen, dat het grote kinderfeest doorging. Wat zou ze later haar hoofd schudden en mopperen : „Tommy, Tommy, jij bent me van klein af de baas geweest 1”

Toen de brief droog was, schoof Tom hem in de envelop. Gauw plakte hij die dicht, eer een van de jongens het in zijn hoofd kreeg om te vragen, of hij hem nog eens lezen mocht.

„Alleen het adres nog maar," riep hij toen vrolijk.

Hij schreef met zijn mooiste letters:

Aan de chef der huishouding van Happy-town.

Sluiten