Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Freddie kon niet meer op een afstand blijven en nü liet Tom hem rustig over zijn schouder kijken.

„Wat kun jij mooi schrijven,” zuchtte Fred.

Het begon nu al aardig donker te worden.

„We moeten zoetjesaan naar huis,” zeiden de jongens.

„Jim en Joe en Tom en ik blijven in het kamp slapen,” bedisselde Freddie. „De andere jongens moeten morgenochtend heel vroeg weer hier komen.”

„Maar ze moeten eerst, vanavond al, of morgenochtend, aan de kinderen zeggen, dat ze naar het kerkje moeten komen. Hoe, dat moeten ze zelf maar zien. Ieder, die komt, wordt getracteerd.”

„Reken maar, dat ze niet weg zullen blijven,” grinnikte Frank.

Eén voor één slopen de jongens het kamp uit. Het hoorde bij de regels van de club, dat ze nooit met hun allen teruggingen naar de stad. Zo — dachten ze — zou hun kampplaats het langste verborgen blijven.

Fred was de vulpen terug gaan brengen naar pater Timmermans. Hij kwam terug met een stapeltje dikke boterhammen.

„De reverend father zei, dat hij ons vanavond nog in ons kamp zou komen bezoeken,” vertelde hij trots. „Ik herinnerde hem er nog eens aan, dat wij een gast hadden en toen vond hij ook, dat hij een extra-mooi verhaal moest komen vertellen.”

„Fijn,” zeiden Jim en Joe.

Alleen Tom vond het niet zo fijn. Hij dacht: Die father zal wel gauw zien, dat ik geen komediantenjongen ben. Als hij me maar niet verklapt aan mijn vader en moeder! — Hij zag Sandyman het kamp al binnenkomen. Hij zag dien groten neger zich al bukken naar de tent en met zijn zwarte hand naar binnen grijpen. Hij hoorde hem al roepen : „Master Tommy maken geen gekheid meer. Master Tommy komen met Sandyman

Sluiten