Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zelfs niet eens goed kunnen schrijven ? Freddie, die dat nu zo graag leren zou ?

Dat hoefde toch niet. Tom zou er met zijn vader over spreken. Hij zou hem vragen, of mijnheer Barkle ook aan de jongens les geven mocht. De tafel in de leerkamer was groot genoeg en hij zelf zou veel beter opletten als er nog meer jongens in de kamer waren. Misschien vond mijnheer Barkle zelf het ook wel prettiger. Hij geeuwde nu zo dikwijls onder de lessen.

„Freddie !” Tom wilde Fred alvast iets vertellen van zijn plannen. Maar daar kwam niets van in. Vanuit het hooi naast Tom klonk zacht en regelmatig Freddie’s ademhaling. De magere jongen, die de hele dag zo opgewonden was geweest, was in slaap gevallen, zodra hij zijn hoofd had neergelegd.

Tom lag nog lang wakker. Het hooi rook zo vreemd en hij lag zo hard. De lucht onder het zeil werd hoe langer hoe benauwder. Hij ging aan huis denken, aan zijn moeder, die hem nu missen zou, en aan zijn vader, die hem nu vast zoeken zou. Aan mijnheer Barkle dacht hij ook. Zou die niet dadelijk van zijn zieke moeder terugkomen, als hij hoorde, dat Tom zoek was?

Neen, zo in het pikkedonker leek alles toch zo mooi niet meer. Hij werd terdege bang, dat zijn vader morgen goed boos op hem zou wezen. En zijn moeder? Die niet. Die zou vast zeggen : „Nu ik jou maar eenmaal terug heb, Tommy, ben ik blij, dat die arme kinderen eens een prettig ochtendje hebben gehad!”

De torenklok sloeg elf helle, bevende slagen. Tom kroop stilletjes uit de tent om eens even frisse lucht te happen. De maan moest nog doorkomen en het was buiten hels donker. Het lichtje van een vliegmachine streepte door de lucht. Het leek Tom, of dat hem kwam roepen.

Sluiten