Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij liet zich in een stoel neerzakken en vroeg toen rustig :

„Wanneer heeft u uw zoontje het laatst gezien, mijnheer?”

Een telegram had hem al van de hele zaak op de hoogte gebracht eer hij naar Happy-town toe kwam.

„Ik gisteravond aan tafel,” zei mijnheer Vanheem, „maar zijn moeder heeft hem vanochtend zelf naar de leerkamer gebracht en hem daar werk opgegeven.”

„Geeft u uw zoontje zelf les?” vroeg mijnheer Creeds aan mevrouw. Hij liet niet blijken, dat hij daar verbaasd over was.

„Als regel niet,” antwoordde mevrouw. „Maar de gouverneur, ene mijnheer Barkle, is dezer dagen juist weggeroepen naar zijn moeder. Die is ernstig ziek.”

„Heeft u absolute zekerheid, dat dit bericht waar is?” vroeg de detective.

Mevrouw Vanheem aarzelde geen ogenblik.

„Ik heb geen enkele reden om mijnheer Barkle te wantrouwen,” zei ze. „Hij kreeg een telegram en is toen dadelijk vertrokken.”

De detective nam zijn notitieboekje en schreef op.

„Barkle, zegt u. En 't telegram kwam uit.... ?”

„Winnipeg. Zijn adres is daar B 17 Winstonroad.”

„Dank u. En hoe lang is de gouverneur weg?”

„Nu twee dagen.”

„Vertelt u door, alstublieft, mevrouw.”

„Ik gaf hem zijn werk op,” fluisterde mevrouw Vanheem. „Ik zei hem nog, dat hij binnen moest blijven en hij beloofde het mij. Altijd is hij even voorkomend en gezeglijk.”

„Hoe oud is uw zoontje?”

„Bijna dertien jaar.”

„Het is heel goed mogelijk, mevrouw, dat hij deze keer eens niet gehoorzaam is geweest,” zei mijnheer Creeds vriendelijk.

Sluiten