Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug in het kamp, waar Tom, Freddie, Jim en Joe al bij elkaar plannen zaten te maken.

Tom nam de leiding. De jongens aanvaardden dat makkelijk van hem. Ze voelden, dat Tom meer wist en meer mans was dan zij.

Maar Tom vergat niet, dat Freddie de kapitein was. Hem belastte hij met de expeditie naar Luilekkerland, zoals hij Happytown vanmorgen noemde. Aan slimmen Freddie werd het overgelaten, hoe dan ook, de Rode Ben over de tweede spoorwegovergang te krijgen. Hij zou met een paar kameraden aan de keukendeur kloppen en in een zeildoek van de tent zou hij alles meenemen, wat hij maar krijgen kon. Hij moest wachten tot het ongeveer tien uur was. „Want anders," zei Tom, „hebben de koks nog te weinig klaar gezet."

Tom zelf bleef met de rest van de club achter om de kinderen op te vangen en ze bezig te houden tot de buit binnen was. Vast geen makkelijke karwei.

Freddie vertrok met de brief onder zijn kiel. Jim en nog drie kameraden, die met hem mee mochten, hadden de grootste praatjes. Maar Fred voelde de verantwoording. Hoe zou hij zijn wagen langs de gendarmen krijgen bij de spoorwegovergang? Hij reed langs de fabriek. Daar was het stil. Geen werkman te zien. Maar ook — geen soldaat op wacht. Hoe had hij het nu ? Hij reed zo hard hij kon. Daar zag hij de spoorwegovergang. En daar — was ook geen wachtpost! „Hoera, jongens, we zijn ze voor 1" juichte Fred. De Rode Ben wipte de lijn over, hij nam de bocht en schoot het bos in.

„Dadelijk moeten ze ons van armoe wel weer terug laten gaan," verzekerde Fred aan zijn vrienden.

„Misschien staan ze ons nu wel na te kijken," lachte Jim.

Dat was niet zo ; er stonden geen gendarmen en ze zouden niet komen ook. Mijnheer Creeds, die veel ongeruster was over

Sluiten