Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegenende beweging over al die kinderen, waarvan de meesten nog heidenen waren.

Konden hun ouders ook maar zo blij en opgeruimd bij elkaar zitten, dacht hij.

Die ouders waren wel bij elkaar, maar niet zo blij. Ze stonden op de stationsweg en keken verwachtend de lijn op. De mannen en vrouwen stonden in groepjes bij elkaar, ze hadden het druk over de staking, over de vreemde werklieden, over de armoede die hun wachtte en over een mogelijke verhuizing naar andere plaatsen. Zij zagen de toekomst heel donker in. Zij hadden zich tot deze staking over laten halen door mannen, die heel mooi praten konden en nu leek het hun, dat die mannen metterdaad niet in staat waren te helpen. Het gemompel klonk af en toe dreigend.

Vanuit een van de bovenvensters van zijn huis keek de stationschef naar die samenscholing. Hij had die ochtend een telegram verzonden namens mijnheer Vanheem naar een groot arbeidsbureau in een verre stad: „Arbeidskrachten niet nodig. Onkosten worden vergoed.” Hij was weer eens verbaasd geweest. „En wat willen nu toch die mensen daar buiten?” vroeg hij zich af.

Freddie en zijn kameraden waren van plan geweest, met hun buit de kortste weg te nemen, die langs het station en door de stad. Maar één van de jonge Arenden kwam hen waarschuwen: Bij het station was een opstootje. Ze konden beter langs dezelfde weg teruggaan, waarlangs ze waren gekomen.

Er was heel wat overleg nodig geweest, om én de rekken, én de jongens, én de ijsbussen goed en wel in de Rode Ben geladen te krijgen. Maar overleg moest nu met spoed gepaard gaan. Freddie bleef wat bang, dat de huishoudster spijt zou krijgen van haar

Sluiten