Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De arbeiders keken die prachtige luxe-auto na.

„Wat moet die ?” vroegen ze aan elkaar.

Eén van de vrouwen had het woord „jongens” opgevangen. Misschien had ze ’t ook alleen van de lippen van den detective gelezen. Zij was de moeder van drie kleine kinderen ; twee waren er dit jaar pas naar school gegaan en de derde, een guitige jongen, had het eerste jaar juist achter de rug.

„Het is nu nog rustig,” zei die vrouw tegen een andere, die naast haar stond, „ik denk, dat ik mijn kleintjes maar uit school ga halen. Ik heb zo'n idee, dat er wat gebeuren moet, nu die auto voqrbij is gegaan.”

„Wel, mens, ik ga met je mee,” antwoordde de andere vrouw.

Die twee keerden het station de rug toe. Toen zij weggingen, kwamen er meer.

„Waar gaan die vrouwen heen ?” vroegen de mannen elkaar. „Is er wat aan de hand in de stad ?”

Ze liepen uit nieuwsgierigheid de vrouwen na. De stationschef zag vanuit zijn venster de hele troep vertrekken.

„Uit de bewegingen van zulke mensen kun je nooit wijs,” zei hij tegen zijn vrouw.

De moeder van de drie kinderen was het eerst bij de school. Het gebouw lag heel stil, maar daar verwonderde zij zich niet over. De klassen moesten volop aan de gang zijn en de kinderen zouden wel geen tijd hebben om leven te maken.

Zij belde aan.

De conciërge van de school, een grote dikke man, kwam opendoen.

„Heb je een boodschap ?” vroeg hij.

„Fritchy, ik kom mijn kleintjes halen,” zei de vrouw. „Ze zitten in de eerste en de tweede klas. Zeg maar: de complimenten van mij en dat ze mee moeten.”

„En haal de mijne ook even, Fritchy,” riep de andere vrouw.

Sluiten