Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nemen jullie de kinderen mee uit school ?” vroeg een derde.

„Ja, mens, 't is nou zo rustig,” zei de moeder van het drietal.

„Goeie mensen, hoe heb ik het nu met jullie?” vroeg de conciërge, „er is geen kind op school. De dames en heren hebben tot tien uur gewacht en toen zijn ze zelf ook maar naar huis gegaan.”

„Er is geen kind op school I”

„De kinderen zijn niet op school gekomen !”

„De kinderen zijn weg 1”

„De kinderen zijn gestolen !”

„Tom Vanheem heeft onze kinderen gestolen 1”

Ja, zo ging het daar voor de school. Alle arbeiders waren er bij elkaar, de een riep dit, de ander riep dat, maar binnen twee minuten wisten ze allemaal: Tom Vanheem had de kinderen gestolen! En niemand zou hebben kunnen zeggen, wie dat nieuws eigenlijk had verteld.

„Naar de fabriek! We gaan naar de fabriek !” riepen de vrouwen.

„Ja, we gaan onze kinderen terughalen !” riepen dreigend de mannen.

Ze gingen dezelfde weg op, die ook de auto van mevrouw Vanheem was gegaan.

Al liepen ze hard, met elkaar schreeuwend en roepend, ze konden toch lang niet zo vlug vooruit als zo'n auto. Mevrouw Vanheem's wagen was al aan de spoorwegovergang geweest en reed weer terug langs de verse sporen, die Freddie's wagen op de weg had gemaakt, toen de troep mensen van verre aankwam.

„Kijk, de arbeiders,” riep mevrouw Vanheem. „Ze komen naar de fabriek. We moesten mijn man waarschuwen. Gauw. Hij heeft maar een paar mannen bij zich. Hij kan niets doen tegen die hele troep.”

De detective sloeg op de poort.

Sluiten