Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dadelijk werd die door een ambtenaar opengedaan.

„Haal dadelijk mijnheer Vanheem/' beval de detective.

De bediende kende mevrouw Vanheem. Hij haastte zich het plein over. Mevrouw Vanheem zat trillend in de wagen. Wat duurden die paar minuten lang !

Het volk kwam al dichter bij.

Goddank, de poort ging weer open. Mijnheer Vanheem kwam naar buiten.

„Is er nieuws van Tom?” vroeg hij.

„Ja, wij gaan hem zoeken,” antwoordde zijn vrouw.

„Wat moeten die mensen op de weg?” vroeg mijnheer Vanheem verbaasd.

De mannen en vrouwen waren nu vlak bij de auto.

„Waar zijn onze kinderen heen?” riepen de vrouwen.

„We moeten onze kinderen terug hebben,” dreigden de mannen.

„Hoort u dat ?” vroeg mevrouw Vanheem aan den detective. „Die arme mensen zitten ook in angst over hun kinderen.”

Haar goede hart gaf haar in, hoe ze moest handelen. Voor haar man begreep, wat ze van plan was, was ze de auto al uitgestapt. De arbeiders keken verbaasd naar haar. Ze hadden hier geen dame verwacht. In de stilte, die een ogenblik viel, riep mevrouw Vanheem met heldere stem: „Goede mensen, mijn Tom is ook weg, en heel de nacht hebben we met angst naar hem gezocht. Waar waren uw kinderen vannacht?”

„Onze kinderen ? In bed, in bed, in bed 1” riepen de werklui en hun vrouwen.

„Behalve mijn Jim,” mompelde een grote, magere vrouw.

„En die rakker van een Fred van mij,” zei Freddie's moeder, die ook was meegelopen.

„Heeft een van u allen mijn Tom ook gezien?” vroeg

Sluiten