Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Father Timmermans kwam naar mijnheer Vanheem toe.

„Me dunkt, dat dit het ogenblik is, om vrede met uw arbeiders te sluiten, mijnheer Vanheem," zei hij. „Uit de monden van de kinderen horen we maar weer eens de waarheid.”

Mijnheer Vanheem had father Timmermans wel meer gezien.

„Heeft u hier de hand in, reverend father?” vroeg hij.

„Ik wou dat het waar was,” zei father Timmermans. „Ik moet echter bekennen, dat hier alleen die zoon van u aan het werk geweest schijnt te zijn.”

„Rakker, hij heeft een pak slaag verdiend,” mompelde weer de fabrikant.

Maar tegen Frank zijn vader zei hij : „Stuur vanmiddag jullie afgevaardigden naar de fabriek. Ik wil met jullie onderhandelen. Wij moesten die zaak weer voor elkaar zien te krijgen.”

Frank's vader stond met zijn pet in zijn hand te draaien. Hij wist geen antwoord te vinden. Daar wachtte mijnheer Vanheem ook niet op.

„Kom, wij gaan naar huis,” zei hij tegen zijn vrouw en Tom.

„Moeder, de ijsbus moet nog open,” waarschuwde Tom. „Ik heb de meisjes ijs beloofd.”

Mevrouw Vanheem lachte, tot de tranen haar over de wangen liepen.

„Die krijg je zo niet open,” moest ze zeggen. „Zeg maar tegen je vriendjes, dat zij binnenkort eens op Happy-town zullen genodigd worden om ijs te eten.”

Even nog kreeg Tom de tijd om die boodschap over te brengen.

Toen moest hij met zijn vader en moeder mee. Zolang als hij kon zat hij door het achterraam naar de mensen te kijken, die in groepjes terugliepen.

Sluiten